Lucht-water warmtepomp: veelgestelde vragen

Werkt een warmtepomp met je bestaande radiatoren, wat doet hij bij vriesweer, en waarom telt SCOP meer dan COP? Elf vragen kort beantwoord.

Sinds 1 januari 2026 mag er in nieuwbouw en bij een ingrijpende energetische renovatie geen nieuwe gasketel meer geplaatst worden. Daarmee is de lucht-water warmtepomp voor de meeste woningen de standaardoplossing geworden. Hieronder de elf vragen die we het vaakst krijgen, telkens met een kort antwoord bovenaan.

Laatst nagekeken in augustus 2026.

Past het bij mijn woning?

Technicus van Advanced Energy bij een Daikin-buitenunit tegen een bakstenen gevel
De buitenunit hoort op een plek met vrije luchtdoorstroming.

Kan een warmtepomp werken met mijn bestaande radiatoren?

Vaak wel, en met een hogetemperatuurwarmtepomp bijna altijd. Veel bestaande radiatoren zijn ruim gedimensioneerd en volstaan tot ongeveer 45 à 50 °C. Lukt dat niet, dan zijn er intussen toestellen die 70 tot 75 °C leveren, warm genoeg voor radiatoren die nooit voor een warmtepomp bedoeld waren. Je afgiftesysteem vervangen is dus meestal niet nodig.

Dat is het grote verschil met een paar jaar geleden. Een hogetemperatuurtoestel als de Daikin Altherma 4 H haalt volgens Daikin een aanvoertemperatuur van 70 tot 75 °C, ook wanneer het buiten −15 °C is, en blijft werken tot −28 °C. Daarmee vervalt het klassieke bezwaar dat je eerst je hele afgiftesysteem moet vervangen.

Eén nuance die je niet mag overslaan: hoe hoger de aanvoertemperatuur, hoe lager het rendement. Dezelfde warmtepomp verbruikt op 70 °C merkbaar meer dan op 35 °C. Een hogetemperatuurtoestel is dus geen vrijbrief om isolatie over te slaan. Het is de oplossing voor de woning waar de afgifte niet kán wijzigen, en de stooklijn zakt best zo laag als je radiatoren toelaten.

De praktische test is eenvoudig: zet op een koude dag je cv-water op 50 °C en kijk of het huis warm geraakt. Lukt dat, dan volstaat een gewone warmtepomp en haal je meteen het beste rendement. Lukt het niet in één of twee kamers, dan is één radiator vervangen goedkoper dan een toestel dat het hele jaar op hoge temperatuur draait.

Werkt een warmtepomp nog bij vriesweer?

Ja, en veel beter dan een paar jaar geleden. Een moderne lucht-water warmtepomp werkt tot ongeveer −28 °C en levert bij −7 °C nog bijna zijn volle vermogen, zonder elektrisch bijverwarmingselement. Zijn rendement zakt wel: waar hij bij zacht weer vier tot vijf keer meer warmte geeft dan hij verbruikt, is dat bij −7 °C nog ongeveer drie keer.

Wat er echt veranderd is, is het vermogen, niet het rendement. Oudere luchtwarmtepompen verloren hun capaciteit precies wanneer je ze het hardst nodig had, en dan sprong er een elektrisch weerstandje bij dat je seizoensrendement onderuithaalde. De Daikin Altherma 4 H van 14 kW levert bij −7 °C nog 13,3 kW op een aanvoer van 55 °C. Dat is bijna zijn volle vermogen, en dus geen bijverwarming meer.

Het rendement zakt wél mee met de buitentemperatuur. Dat is natuurkunde, geen tekortkoming van het toestel. Voor dit toestel loopt de COP bij −7 °C ruwweg van 2,6 tot 3,7, afhankelijk van het model en de aanvoertemperatuur die je vraagt; de SCOP loopt op tot ongeveer 5,1 bij een aanvoer van 35 °C. Zelfs op zijn slechtste dag levert hij dus meer dan het dubbele van wat hij verbruikt. Een gasketel komt nooit boven één uit. (Cijfers van Daikin, nagekeken in augustus 2026.)

Moet ik eerst isoleren voor ik een warmtepomp plaats?

Isoleren blijft de eerste ingreep, maar het is geen absolute voorwaarde meer. Hoe beter je woning geïsoleerd is, hoe lager de aanvoertemperatuur mag en hoe hoger het rendement van je warmtepomp. Maar met een hogetemperatuurtoestel is een matig geïsoleerde woning geen blokkade meer. Ze is alleen duurder in gebruik.

De volgorde die het meeste oplevert per euro is bijna altijd: dakisolatie, dan beglazing, dan de verwarming. Staat er toch een dakwerk of nieuwe ramen op de planning, doe dat dan eerst, of plan het samen, zodat de warmtepomp meteen op de juiste temperatuur gedimensioneerd wordt.

Wanneer is een hybride warmtepomp de betere keuze?

Wanneer je bestaande ketel nog goed is en je woning nog niet klaar is voor volledig elektrisch verwarmen. In een hybride opstelling neemt de warmtepomp het grootste deel van het stookseizoen voor haar rekening en springt de bestaande ketel enkel bij op de koudste dagen.

Je haalt daarmee het grootste deel van de besparing zonder iets aan je afgiftesysteem te veranderen, en je spreidt de investering. Het nadeel: je houdt twee installaties, met twee keer onderhoud, en je blijft aan een gasaansluiting hangen.

Sinds hogetemperatuurtoestellen bestaan, kiezen minder mensen hiervoor: waar hybride vroeger de enige weg was in een woning met radiatoren, kan een volwaardige warmtepomp dat nu vaak alleen aan.

Rendement en techniek

Wat is COP, en waarom telt SCOP meer?

De COP geeft het rendement bij één bepaalde omstandigheid; de SCOP is het gemiddelde over een heel stookseizoen. Een COP van 4 betekent dat het toestel op dat moment vier keer meer warmte levert dan het aan elektriciteit verbruikt. Omdat de buitentemperatuur het hele jaar wisselt, zegt dat ene getal weinig over je factuur.

De SCOP, ook wel seizoensprestatiefactor of SPF, rekent de koude en de zachte dagen samen. Twee toestellen met dezelfde COP kunnen een merkbaar verschillende SCOP hebben. Vergelijk dus op SCOP, en let erop dat je appels met appels vergelijkt: een SCOP bij een aanvoer van 35 °C is niet dezelfde als bij 55 °C.

De SCOP verschilt bovendien per klimaat. Voor België kijk je naar de waarde voor een gemiddeld klimaat, niet naar die voor Zuid-Europa.

Wat is het verschil tussen een monoblock en een split?

Bij een monoblock zit het volledige koudemiddelcircuit in de buitenunit en gaat er alleen water naar binnen; bij een split loopt er koudemiddel tussen buiten- en binnenunit. Een monoblock is eenvoudiger te plaatsen en vraagt geen koeltechnische aansluiting binnenshuis.

Het aandachtspunt bij een monoblock is vorstbeveiliging: er staat water in de leidingen buiten. Dat wordt opgelost met een vorstbeveiliging en het juiste leidingtraject, en het is de reden waarom monoblocks in koude klimaten net veel gebruikt worden. De techniek erachter is beproefd.

Welke van de twee bij jou past, hangt vooral af van waar de unit kan staan en hoe het leidingtraject naar je technische ruimte loopt.

Welk koudemiddel wordt er gebruikt?

De nieuwste generatie lucht-water warmtepompen werkt op R-290, ofwel propaan. Dat is een natuurlijk koudemiddel met een verwaarloosbaar broeikaseffect vergeleken met de synthetische koudemiddelen die het vervangt, en het maakt hogere aanvoertemperaturen mogelijk.

Oudere toestellen en de meeste airco’s werken op R-32, dat op zijn beurt het vroegere R-410A verving. R-290 is brandbaar, wat betekent dat de opstelling en de plaatsing aan strikte regels gebonden zijn. Dat is een zaak van de installateur, niet van jou, maar het bepaalt wel waar de buitenunit mag staan.

Heb ik nog een schouw nodig?

Nee. Een warmtepomp verbrandt niets en geeft dus geen verbrandingsgassen af. Er is geen schouw, geen rookkanaal en geen luchttoevoer voor verbranding nodig. Je bestaande schouw kan zelfs een handig traject worden voor leidingen of een ventilatiekanaal.

Hou er wel rekening mee dat een schouw die niet meer gebruikt wordt, correct afgedicht moet worden om vocht- en tochtproblemen te vermijden.

In de praktijk

Hoeveel geluid maakt de buitenunit?

Minder dan mensen verwachten, maar de plaatsing bepaalt het resultaat. Zet de unit niet onder een slaapkamerraam, ook niet dat van je buren, niet in een nauwe koker waar het geluid weerkaatst, en met vrije ruimte rondom voor de luchtstroom.

Er gelden in Vlaanderen geluidsnormen voor wat je aan de perceelsgrens veroorzaakt, en ’s nachts zijn die strenger. Dat wordt opgelost met plaatsing, trillingdempers en waar nodig een nachtstand die het ventilatortoerental begrenst. Bij de opmeting kijken we naar de afstand tot de perceelsgrens en naar wat er aan de andere kant ligt.

Hoeveel zonnepanelen heb ik extra nodig bij een warmtepomp?

Een warmtepomp verhoogt je elektriciteitsverbruik aanzienlijk. Reken bij het dimensioneren van je zonnepanelen dus met je toekomstige verbruik, niet met je huidige. Hoeveel precies hangt af van je warmtevraag, je isolatie en de aanvoertemperatuur waarop het systeem draait.

Let wel op de timing: een warmtepomp verbruikt het meest in de winter, wanneer je panelen het minst produceren. Zonnepanelen dekken je warmtepomp dus nooit volledig, en dat hoeft ook niet. Over het jaar heen verlagen ze wel je netto-afname aanzienlijk.

Wie beide plant, laat ze best samen dimensioneren. Dat is de goedkoopste manier om te vermijden dat je binnen twee jaar panelen bijlegt op een dak waar de stelling opnieuw voor moet komen.

Wat is de levensduur van een warmtepomp?

Technisch wordt vijftien jaar aangehouden; in de praktijk halen goed onderhouden toestellen er vaak meer dan twintig. De levensduur hangt af van dezelfde vier dingen als bij een wagen: het merk, de installateur, het onderhoud en hoe zwaar het toestel belast wordt.

Het gevoeligste onderdeel is de compressor. Een toestel met traploze (inverter-)regeling moet veel minder starten en stoppen dan een aan-uittoestel, en dat scheelt aanzienlijk in slijtage. Een warmtepomp die te klein gedimensioneerd is en dus voortdurend op vollast draait, of te groot en dus voortdurend schakelt, slijt sneller. De dimensionering is hier dus ook een levensduurkwestie.

Periodiek onderhoud verlengt de levensduur merkbaar en houdt het rendement op peil. Zie onze vragen over onderhoud en service.

Andere onderwerpen